15. jul, 2020

De grote vraag...

39,8 koorts luidde het alarmerende telefoontje van de dokter van het verpleeghuis. 'Uw vader is ernstig ziek', vervolgde zij. Mijn keel werd dichtgeknepen. Zachtjes antwoordde ik ‘oh'. 'Ik snap dat het u overvalt' en vervolgens vertelde zij waar we rekening mee moesten houden. Verslagen hing ik op. De ernst van de zaak nog niet goed kunnen inschatten. Dit was twee maanden geleden ook de situatie en de volgende dag zat je koortsvrij in de salon.
 
Gelukkig ging het vandaag ook zo, althans dat dacht ik. De verpleger merkte nog wel terloops op dat je mond een beetje hing en dat je wat krachtverlies in linkerhand had.
Enkele uren later zag ik je. Voorzichtig fietsend op een ligfiets bij fysio. Maar wat bleek, je hele linkerkant is uitgevallen en je spraak is nu helemaal weg. Wat vage kreetjes is alles wat rest. Ofwel je hebt in de afgelopen 24 uur op een bepaald moment wederom een herseninfarct gehad.
 
Je kijkt me aan, heel doordringend. Ik moet huilen maar ik wil niet huilen want ik mag niet huilen. En ik moet alleen maar harder huilen. Waarom blijft dit jou niet bespaard? Waarom ga je niet slapen? 82 prima jaren heb je gehad totdat je 8 jaar geleden je eerste herseninfarct kreeg. Maar ook toen kon je best nog goed functioneren. Het praten was wel moeilijk, maar wij begrepen je.
 
Nu ben je ben niet meer de vader, de echtgenoot, de mens - die je werkelijk bent. Je blijkt door deze laatste infarct links niets meer te zien. Je kunt niet meer uit de zuigbeker drinken. De chocomelk wordt aangedikt en ik voer je chocomelk met een lepel. Ooit voerde jij mij... de rollen zijn omgedraaid. Wat zou je in hemelsnaam denken? Wat krijg je hiervan mee? 
Waar zijn we mee bezig? Dit zou jij zo niet willen. Verlengen we nu je leven of je lijden?