15. jan, 2017

Ik ben een mutsenkind

Meerdere bijnamen heb ik inmiddels al gehad en heb ik nog steeds. Mijn ouders kozen - om geen idee wat de reden was - voor ‘kukirol’. ‘Aajta’ werd ik jarenlang door vooral mijn oom genoemd. Simpelweg, omdat ik zelf als klein kind mijn naam niet uit kon spreken en toen is dat in de familie zo gebleven. Namen zoals ‘Nietje’, “Toos” en “Beppie”, trutje/meutje en ‘Prinses van de Esch’ vallen meer in de categorie namen die vrienden, vriendinnen en lovers me gaven. 

Als ik er zo over nadenk zijn bijnamen eigenlijk best heel persoonlijk, bijna privé. Sommige zeggen tenslotte toch iets over je, denk ik dan. Een bijnaam moet ook niet opeens door iemand anders gebruikt worden dan verliest het de oorspronkelijke betekenis. 

Toen ik een week geleden wederom verkouden werd, kreeg ik met mijn collega een discussie hoe dat nou kwam. ‘Je hebt pas al griep gehad en nu weer verkouden… Dat komt vast doordat je vaak je oom in het bejaardenhuis bezoekt. Een haard van bacteriën daar’, merkte ze op. Ik zeg ‘nou oom Joop is nog niet verkouden geweest en hij zit de hele dag tussen rollende, proestende en kwijlende medebewoners’. ‘Dan heeft hij vast veel weerstand’, zei mijn collega ‘en is hij resistent, net als ik’. ‘Ik droeg vroeger ook geen muts’, zei ze vervolgens doodleuk. ‘Dat hoefde van mijn moeder niet en kijk, ik ben nooit verkouden’ zei ze met een brede lach van oor tot oor. En ja, toen kwam de aap uit de mouw en moest ik bekennen dat ik altijd een muts droeg. Een witte van een soort teddyspul. 'Nou dan ben jij een 'mutsenkind', zei mijn collega fijntjes terwijl we er vreselijk om moesten lachen. Geregeld bestempelen wij nu mensen met de term 'mutsenkind'. Want wat bleek, er zijn heel veel 'mutsenkinderen'.

Toen ik later deze week, de week van volle maan, ook nog een emotionele dweil bleek omdat mijn meest dierbaren op vakantie gingen, kon ik maar tot een conclusie komen. En terwijl er een traan over mijn wang biggelde heb ik mezelf officieel tot mutsenkind uitgeroepen...