21. jul, 2017

Eigenlijk ben ik niet zo van een reünie. Simpelweg omdat de ervaring mij tot nu toe had geleerd dat ondanks dat je ooit dagelijks lief en leed met elkaar deelde, een gesprek in de tegenwoordige tijd meestal na twee vragen staakt. Mijn antwoord ‘reclame’ op de vraag wat doe je? Wordt meestal beantwoord met ‘oh leuk’. En op de vraag ben je getrouwd en heb je kinderen moet ik helaas en dat helaas geldt dan voor die kinderen, met ‘ nee’ beantwoorden. Een enkeling die durft te vragen ‘uh, kun je ze niet krijgen of uh…” kap ik meteen af met ‘het is er simpelweg niet van gekomen’. Madam was te druk met haar reclame.

Kortom, ik was tot op heden nooit zo’n fan van een reünie. Alleen deze keer was het vanaf het begin anders. Via Facebook kwam ik met oud klasgenootjes - van de lagere school nog wel liefst - in contact. Dit contact breidde zich snel als een olievlek uit. En enthousiast ging ik via allerlei kanalen op zoek naar zo veel mogelijk leerlingen met wie we speelden op het schoolplein of meidenvang deden in de pauze. Een periode waarin ook voorzichtig de eerste hormoontjes zich aandienden en mijn eerste verliefdheid om de hoek kwam kijken. De geur van zijn frisgewassen bloesjes zijn mij tot de dag van vandaag nog bijgebleven.

Onlangs was het dan zo ver. De grote dag brak aan. Na 45 jaar zouden wij elkaar in de buurt van onze school weer treffen. Een horecagelegenheid in de buurt van het vroegere schooltuincomplex vormde het decor van een geweldige middag. De onschuldige meisjes en jongens waren allen uitgegroeid tot mooie mensen. Ieder op zijn of haar manier gevormd door de ervaringen van het leven. Voor de een was het leven iets liever geweest dan voor de ander maar ik weet zeker dat we allemaal ergens voor staan. En de verrassing van de klas was ‘Koos’. De herinnering aan dat suffige jongetje werd compleet te niet gedaan door het aanzicht van een super enthousiaste, in zwart geklede leuke vent met een stoere haardos en daaronder een inspirerend stel hersens. En ik denk dat ik voor allemaal mag spreken - man of vrouw - dat we een beetje verliefd zijn geworden op die rockstar van nu die van binnen altijd dat kind is gebleven… en daarin staat hij denk ik vast niet alleen...

15. apr, 2017

Oh, wat heb ik hiernaar verlangd. Een simpel leven! Gewoon zo’n leventje dat rustig voortkabbelt. Lieve familie en vrienden, leuke baan, gezonde relatie, gezellig huis… en laat ik het belangrijkste niet vergeten gezondheid. Op die kilo’s te veel na dan. Zo’n simpel leven leid ik nu…

Maar eerlijk, ik durf er niet altijd van te genieten. Ik vind het eigenlijk soms best eng. Dan bekruip me zo’n gevoel van mag ik dit wel? Tegelijkertijd denk ik, natuurlijk mag ik een simpel leven hebben. Want wat is simpel? Is mijn leven eigenlijk wel zo simpel? Het is soms behoorlijk gecompliceerd om alles in 24 uur te stoppen en een week goed te plannen. Ik probeer tenslotte niet voor niets regelmaat en structuur in mijn leven te brengen. En ga ik met vriendin-lief wellicht op yoga of pilates. Het gezeul met tassen wasgoed, boodschappen en kleding valt niet iedere dag mee. Het is af en toe best veel of beter, te veel. De hele week werken, zorg voor oompie, contacten met familie en vrienden onderhouden, huishouden, boodschappen, wassen etc. Ik doe mijn best maar het zou best beter kunnen.

Het lijkt soms zelfs wel eens makkelijker om een leven met zorgen te hebben. Dan heb je tenminste een excuus om chagrijnig te zijn en een reden waarom een dieet niet lukt. 

Ondertussen staat er een cake in de oven, een rollade te pruttelen in de pan, een wasmachine die draait en een strijkplank met stomend ijzer in de kamer… Zo douchen en naar papa en mama, flesje bubbels mee, even gezellig met elkaar. Nee, het hoeft allemaal niet zo ingewikkeld. Ik realiseer me dat ik niet een simpel leven heb maar een rijk leven. Een leven waarin ik simpelweg even niets te wensen heb…

26. feb, 2017

Het is zondag 19 februari 2017, vlucht HV5664

De motoren draaien. Het cabinepersoneel controleert de bagagevakken boven de stoelen en kijkt routinematig of iedereen de gordel vast heeft. Het vliegtuig taxiet naar de startbaan. Vanuit de cockpit klinkt 'cabin crew ready for take off' en dan duurt het niet lang meer of het vliegtuig wordt in noordwestelijke richting de lucht in geschoten. Weldra is het eiland met al mijn herinneringen nog slechts een stip en neem ik afscheid van deze zo vertrouwde plek op aarde. Ieder jaar doe ik dit heel bewust en stel ik mezelf de vraag of ik volgend jaar weer terug zal komen. Of beter misschien terug mag komen. Waarschijnlijk zou ik zelf nooit deze bestemming kiezen en toch beleef ik er heerlijke dagen. Dagen die bestaan uit luieren, mezelf als een kat warmen aan de zon. Leef ik een leven net als zo veel pensionadas dat hier doen. Halen we de boodschappen bij de grote supermarkten en laat ik mijn haar knippen en verven bij de knappe kapper. Verder ontmoeten we vrienden en bekenden, terwijl we genieten van die zo vertrouwde folklore muziek bij Cafe de Paris. Alsof het de eerste keer is brengen de jongens van de muziek, vol overtuiging Canarische liederen ten gehore over liefde, de zon en het eiland.
Afscheid nemen van dit eiland valt daarom keer op keer zwaar. Het is namelijk veel meer. Het is afscheid nemen van een manier van leven en op een dag ook vast van een periode uit mijn leven.
Voor nu hoop ik op een jaar vol liefde, geluk en gezondheid. En beloof ik het eiland in de zon dat inmiddels al uren vliegen achter mij ligt... hasta la vista.

22. jan, 2017

Sinds een aantal maanden zorg ik voor mijn oom. Tegenwoordig noemt men dat mantelzorg. Ik noem het ‘liefde’. De liefde die hij mij vanaf toen ik baby was heeft gegeven, de verzorging en de pret die probeer ik hem nu te geven. Hij was het die met mij door de bossen fietsten. Die mij kattenkwaad leerde en gekke versjes. Vervolgens was hij het die de basis legde voor mijn carrière en mijn kruiwagen was voor mijn allereerste baan. Met hem beleefde ik een prachtige vakantie op Bali en door de jaren heen was hij er gewoon. Logisch dat ik er dus nu voor hem ben. En ik moet zeggen, het verrijkt mijn leven.
Vanwege Parkinson kan hij niet meer thuis wonen en daarnaast ziet hij slecht maar zijn verstand werkt voor een man van 86 boven gemiddeld. Natuurlijk staat hij wankel op zijn benen, slaat hij wel eens de plank mis en ziet hij dingen die er niet zijn maar het fundament van zijn karakter staat gewoon nog als een huis. Hem bezoeken - gemiddeld twee keer per week - is dan ook geen opgave. We kletsen veel en er valt nooit een stilte. Van alledaagse zaken tot zijn business. Zijn business is een ander woord voor zijn ‘administratie’. Getallen daar is mijn oom goed in. Vooral hoofdrekenen, zijn banksaldo onthouden en zien of er nog handel is. Ook praten we over dingen die ons echt bezighouden en waar we bijvoorbeeld spijt van hebben, waarbij we beiden vooral heel eerlijk zijn. Best confronterend op zijn tijd maar ik waardeer het enorm en dat maakt mijn leven toch weer een stukje rijker. 

Deze week had mijn oom ‘huisarrest’. Er heerste een virus in het huis en dat betekende dat hij niet van de afdeling mocht. Dus dronken we koffie met gebak op zijn kamer. Standaard vroeg ik of er nog iemand langs was geweest. En wat bleek Winnie had hem bezocht. ‘Ken je Winnie’ vroeg hij ondeugend. Ik had geen idee.  Wat bleek, zij was een oude secretaresse van hem. Oud in de zin van lang geleden want in werkelijkheid was zij meer dan 20 jaar jonger dan hij. 25 jaar hadden ze elkaar niet gezien. Middels een privé-detective was ze hem op het spoor gekomen. Ik zag de glinstering in zijn ogen toen hij over dit voorval sprak. Haar telefoonnummer was ondertussen alweer kwijt. Maar dat vormde geen punt want hij wist zeker dat ze toch weer een keer langs zou komen. Voorzichtig vroeg ik ‘vond ze dat je was veranderd’, waarop hij volmondig antwoordde ‘nee geen spat’. Toen wist ik het zeker, oud worden is slechts een getal en misschien links en rechts wat mankementen maar in zijn hoofd blijft mijn oom eeuwig jong!

15. jan, 2017

Meerdere bijnamen heb ik inmiddels al gehad en heb ik nog steeds. Mijn ouders kozen - om geen idee wat de reden was - voor ‘kukirol’. ‘Aajta’ werd ik jarenlang door vooral mijn oom genoemd. Simpelweg, omdat ik zelf als klein kind mijn naam niet uit kon spreken en toen is dat in de familie zo gebleven. Namen zoals ‘Nietje’, “Toos” en “Beppie”, trutje/meutje en ‘Prinses van de Esch’ vallen meer in de categorie namen die vrienden, vriendinnen en lovers me gaven. 

Als ik er zo over nadenk zijn bijnamen eigenlijk best heel persoonlijk, bijna privé. Sommige zeggen tenslotte toch iets over je, denk ik dan. Een bijnaam moet ook niet opeens door iemand anders gebruikt worden dan verliest het de oorspronkelijke betekenis. 

Toen ik een week geleden wederom verkouden werd, kreeg ik met mijn collega een discussie hoe dat nou kwam. ‘Je hebt pas al griep gehad en nu weer verkouden… Dat komt vast doordat je vaak je oom in het bejaardenhuis bezoekt. Een haard van bacteriën daar’, merkte ze op. Ik zeg ‘nou oom Joop is nog niet verkouden geweest en hij zit de hele dag tussen rollende, proestende en kwijlende medebewoners’. ‘Dan heeft hij vast veel weerstand’, zei mijn collega ‘en is hij resistent, net als ik’. ‘Ik droeg vroeger ook geen muts’, zei ze vervolgens doodleuk. ‘Dat hoefde van mijn moeder niet en kijk, ik ben nooit verkouden’ zei ze met een brede lach van oor tot oor. En ja, toen kwam de aap uit de mouw en moest ik bekennen dat ik altijd een muts droeg. Een witte van een soort teddyspul. 'Nou dan ben jij een 'mutsenkind', zei mijn collega fijntjes terwijl we er vreselijk om moesten lachen. Geregeld bestempelen wij nu mensen met de term 'mutsenkind'. Want wat bleek, er zijn heel veel 'mutsenkinderen'.

Toen ik later deze week, de week van volle maan, ook nog een emotionele dweil bleek omdat mijn meest dierbaren op vakantie gingen, kon ik maar tot een conclusie komen. En terwijl er een traan over mijn wang biggelde heb ik mezelf officieel tot mutsenkind uitgeroepen...